Soorten therapie die interfereren met gedrag en hoe hiermee om te gaan

Soorten therapie die interfereren met gedrag en hoe hiermee om te gaan

Bernard Ramirez avatar

By Bernard Ramirez on May 16, 2024.

Fact Checked by Galé Alagos.

Get carepatron free

Wat zijn therapiestorende gedragingen?

Therapiestorend gedrag (TIB), ook bekend als behandelingsstorend gedrag, kan de voortgang van de behandeling belemmeren en kan zich in verschillende vormen manifesteren. Therapiestorend gedrag omvat handelingen die het therapeutische proces belemmeren en voorkomen dat cliënten maximaal profijt halen uit de therapie.

Zoals beschreven door Chapman en Rosenthal (2016), kunnen deze gedragingen sterk variëren, variërend van opzettelijk tot onbedoeld, strategisch tot automatisch. Voorbeelden hiervan zijn te laat komen of sessies missen, therapieopdrachten niet nakomen, onderwerpen vermijden of te kritisch zijn over de therapeut. Om ze aan te pakken, moet open communicatie worden bevorderd om de onderliggende redenen achter dergelijk gedrag te begrijpen.

TIB kan soms rechtstreeks verband houden met het presentatieprobleem van de cliënt, bijvoorbeeld wanneer sociale angst zich manifesteert in angstig en vermijdend gedrag jegens de therapeut. Soms kan het gaan om gedrag dat geen verband houdt met de focus van de behandeling, zoals flirterigheid of overmatige zelfonthulling. Ongeacht de manifestatie kan elk gedrag dat de therapeutische vooruitgang remt, als TIB worden beschouwd.

Artsen moeten dit gedrag met mededogen en nieuwsgierigheid herkennen en aanpakken, waarbij ze hulpmiddelen en strategieën gebruiken om therapie-interfererend gedrag effectief te beheersen en tegelijkertijd een ondersteunende therapeutische omgeving te behouden.

Wat zijn enkele veelvoorkomende soorten therapie-interfererend gedrag?

Laten we eens kijken naar enkele van de gedragingen die de effectiviteit van therapie kunnen belemmeren (Chapman & Rosenthal, 2016):

Chronisch zelfoordeel

Cliënten die tijdens sessies voortdurend zelfkritiek of negatieve zelfpraat hebben, kunnen de voortgang belemmeren. Dit gedrag kan de ontwikkeling van zelfcompassie en het onderzoeken van onderliggende problemen belemmeren. Therapeuten moeten cliënten voorzichtig omleiden naar meer constructieve technieken voor zelfreflectie en zelfcompassie, waarbij een niet-oordelende therapeutische omgeving wordt bevorderd.

Hopeloos piekeren

Cliënten met gegeneraliseerde angst kunnen zich herhalend en hopeloos overpeinzen, waarbij ze zich fixeren op negatieve gedachten en scenario's. Dit gedrag kan hen ervan weerhouden productief therapeutisch werk te doen en verlichting van hun symptomen te vinden. Therapeuten kunnen cognitieve en gedragspraktijken gebruiken om irrationele gedachten uit te dagen en probleemoplossende vaardigheden te bevorderen, waardoor cliënten zich kunnen losmaken van de cyclus van herkauwen.

Te laat komen en desorganisatie

Cliënten die moeite hebben met tijdmanagement of organisatorische vaardigheden komen vaak te laat naar de sessies of, in sommige gevallen, missen de sessie volledig. Ze kunnen tijdens de therapie ook moeite hebben om hun gedachten te ordenen. Dit gedrag kan het therapeutische proces verstoren en de beschikbare tijd voor zinvol werk beperken. Therapeuten kunnen samenwerken met cliënten om strategieën te ontwikkelen voor beter tijdbeheer en organisatie, zoals het instellen van herinneringen of het maken van planningen, om de effectiviteit van de sessie te verbeteren.

Emotionele remming

Sommige cliënten kunnen moeite hebben om hun emoties openlijk te uiten tijdens de therapie, hetzij uit angst voor een oordeel, hetzij door conditionering uit het verleden. Dit gedrag kan de vooruitgang belemmeren door het verkennen van diepgewortelde gevoelens en ervaringen te voorkomen. Therapeuten kunnen een veilige en ondersteunende omgeving creëren, waarbij cliënten worden aangemoedigd om geleidelijk hun emoties in hun eigen tempo te verkennen en te uiten, en door emotionele verwerking en genezing te vergemakkelijken.

Conflictvermijding

Cliënten die vermijden om tijdens de therapie conflicten of ongemakkelijke onderwerpen aan te pakken, kunnen de voortgang belemmeren door essentieel therapeutisch werk te vermijden. Dit gedrag kan de oplossing van onderliggende problemen voorkomen en persoonlijke groei belemmeren. Therapeuten kunnen cliënten voorzichtig aanmoedigen om conflicten te onderzoeken en aan te pakken, door ondersteuning en begeleiding te bieden bij het voeren van uitdagende gesprekken en het bevorderen van constructieve communicatie- en conflictoplossingsvaardigheden.

Hoe beïnvloedt therapie-interfererend gedrag de behandeling?

Hogan en collega's (2019) bespreken hoe TIB de behandeling kan beïnvloeden, met name bij therapiesessies die op afstand worden beheerd. Deze gedragingen, die de therapeutische relatie verstoren, variëren in intentie en kunnen openlijk of verborgen zijn.

Zoals in hun voorbeeld wordt aangehaald, kan TIB de effectiviteit van de behandeling op verschillende manieren aanzienlijk beïnvloeden:

  • Verstoring van de therapeutische alliantie: Therapiestorend gedrag kan de therapeutische relatie tussen de cliënt en de therapeut onder druk zetten. Regelmatige onderbrekingen of gemiste sessies kunnen bijvoorbeeld het vertrouwen en de betrokkenheid aantasten, waardoor de samenwerking bij het bereiken van behandeldoelen wordt belemmerd.
  • Vermindering van de voortgang van de behandeling: Gedrag zoals het niet naleven van huiswerk of het veelvuldig wisselen van onderwerp kan de continuïteit van de therapie verstoren en de voortgang naar therapeutische doelen belemmeren. Wanneer cliënten de toegewezen taken niet uitvoeren of de focus van de behandeling consequent verleggen, wordt het voor therapeuten een uitdaging om onderliggende problemen effectief aan te pakken.
  • Gecompromitteerde veiligheid en ethische zorgen: Sommige therapiestorende gedragingen, met name gedragingen die veiligheidsrisico's met zich meebrengen, kunnen ernstige gevolgen hebben voor de cliënt en de therapeut. Dergelijk gedrag kan de fysieke veiligheid van de cliënt en anderen, de professionele integriteit van de therapeut en de wettelijke aansprakelijkheid in gevaar brengen.
  • Verminderde therapeutische effectiviteit: Uiteindelijk kan therapie-interfererend gedrag de algehele effectiviteit van de behandeling verminderen en het bereiken van therapeutische resultaten belemmeren. Wanneer cliënten gedrag vertonen dat het therapeutische proces ondermijnt, wordt het voor therapeuten een uitdaging om adequaat in hun behoeften te voorzien en zinvolle veranderingen mogelijk te maken.

Hoe weet je of therapiesessies niet werken?

Erkennen wanneer therapiesessies niet de gewenste resultaten opleveren, is essentieel voor cliënten en therapeuten. Ondanks consistente aanwezigheid en actieve deelname, kan een gebrek aan vooruitgang in de richting van de behandeldoelen erop wijzen dat sessies niet effectief zijn. Dit kan zich voordoen als aanhoudende symptomen, zoals aanhoudende angst of depressie, ondanks voortdurende therapeutische inspanningen.

Als een cliënt ontevreden is over de therapie of wil stoppen met de behandeling, moeten deze zorgen onmiddellijk worden onderzocht. Dergelijke gevoelens kunnen het gevolg zijn van frustratie over langzame vooruitgang, het verbreken van de verbinding met de therapeut of worstelingen met therapiestorend gedrag. Door deze problemen aan te pakken, kan het therapeutische proces opnieuw worden afgestemd en kan een meer ondersteunende, productieve omgeving worden bevorderd.

Therapiestorend gedrag aanpakken door middel van dialectische gedragstherapie (DBT)

Dialectische gedragstherapie (DBT), een meer specifieke vorm van cognitieve gedragstherapie (CGT), wordt vaak toegepast bij patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Het heeft specifieke strategieën en kaders die zijn afgestemd om dergelijk gedrag effectief te beheersen. Chapman en Rosenthal (2016) beschrijven de toepassing van dialectische gedragstherapie om therapiestorend gedrag aan te pakken.

DBT maakt gebruik van een alomvattende aanpak — waarbij mindfulness, interpersoonlijke effectiviteit, emotieregulatie en angsttolerantie worden gecombineerd — om cliënten te helpen gezondere coping-mechanismen op te bouwen en de therapiebetrokkenheid te verbeteren. Deze aanpak stelt therapeuten in staat om therapiestorend gedrag effectief aan te pakken, waardoor een ondersteunende omgeving wordt gecreëerd voor de groei van cliënten.

DBT stelt therapeuten in staat om de hoofdoorzaken van TIB te identificeren, zoals emotionele ontregeling, levensbedreigend gedrag of onaangepaste coping, en biedt cliënten praktische vaardigheden om uitdagingen het hoofd te bieden. Het legt de nadruk op het stellen van duidelijke grenzen binnen de therapeutische relatie en het bevorderen van open communicatie om verstoringen, niet-naleving of het vermijden van moeilijke onderwerpen te verminderen.

Bovendien vergroot DBT het zelfbewustzijn van cliënten door middel van hulpmiddelen zoals dagboekkaarten en gedragsketenanalyse, waardoor ze TIB-patronen kunnen herkennen en constructievere reacties kunnen aannemen. Door het inzicht en de acceptatie te vergroten, zijn cliënten beter voorbereid om zinvol deel te nemen aan therapie.

Zorgen voor effectieve communicatie met de patiënt als therapeut

Bij DBT geven therapeuten prioriteit aan effectieve communicatie om therapiestorend gedrag aan te pakken en een ondersteunende omgeving te bevorderen. Het onderhouden van open en transparante communicatie stimuleert samenwerking en schept vertrouwen gedurende het hele behandelingsproces.

Therapeuten modelleren effectieve communicatie door actief te luisteren, empathie te tonen en duidelijke feedback en begeleiding te geven. Deze aanpak stelt cliënten in staat om volledig deel te nemen aan therapie, hun zorgen te delen en zinvolle doelen te stellen.

Bovendien pakken therapeuten TIB aan, zoals gemiste sessies of vermijding, door middel van assertieve maar medelevende communicatie, zodat het therapieproces productief blijft en gericht blijft op positieve resultaten.

Referenties

Chapman, A.L., & Rosenthal, M.Z. (2016). Omgaan met therapie-storend gedrag. Amerikaanse Psychologische Vereniging.

Hogan, J., Boykin, D., Schneck, C.D., Ecker, A.H., Fletcher, T.L., Lindsay, J.A., & Shore, J.H. (2019). Klinische lessen uit virtuele huisbezoeken op het gebied van geestelijke gezondheid: de dokter is in huis. De psychiatrische klinieken van Noord-Amerika, 42(4), 575—586. https://doi.org/10.1016/j.psc.2019.08.004